Verrijking & ontwikkeling

Begeleidingsplan: de dennenboom

Bewoners:

Verstandelijk beperkt, sociaal-emotioneel beperkt, lichamelijk beperkt, motorisch beperkt, autisme spectrum, slechtziend, syndroom van Usher, kokervisie, slechthorend, doof, Afasie, epilepsie, dementie, moeite met gevoelens en keuzes maken. Iedere bewoner heeft zijn eigen taal bijvoorbeeld: lichaamstaal, Nederlands ondersteund met gebaren, 4 handengebaren, gesproken woord, schrijven, tekenen, werken vooral vanuit foto’s, situaties, beleving, pictogrammen, communicatiesoftware, voelsymbolen, foto’s en films.

Introductie

Het is bijna kerst. De dennenboom is onderdeel van het kerstverhaal en neemt vaak een centrale plaats in de Nederlandse huishoudens in. Onder de opgetuigde boom liggen met de feestdagen cadeautjes. Bij de katholieke gelovigen is de kerstboom ook voorzien van een kerststalletje. Voor velen is dit een vanzelfsprekend gegeven. Maar wat betekent zo’n opgetuigde ‘(kerst)boom? Welk beeld/inhoud hebben bewoners hierbij?
Gedurende deze week wordt de inhoud van het begrip ‘boom’ en ‘dennenboom’ voor de bewoners verruimt en geduid. De bewoners zal de facetten van een gehele boom op een zintuigelijke manier gaan ervaren: ruiken, voelen, horen, zien. De wereld van mensen met doof-blindheid is een tactiele wereld. Deze verschilt met de wereld van begeleiding, een visuele ingestelde wereld. Er bestaat een grote kloof tussen de tactiele wereld van de bewoner en de ziende wereld van de begeleider.
Voor mensen met doof-blindheid is het gevoel van aanraken en het lichamelijk gevoel van essentieel belang om de wereld om hen heen af te tasten en tot zich te nemen. Het samen tactiel beleven, ontdekken en ervaren zorgt voor een gezamenlijke basis om elkaar te ontmoeten. Centraal staat de gedeelde intentie en dialoog. Als begeleider is het noodzakelijk om te durven inleven in de bewoner. De doofblinde bewoner heeft de begeleider nodig als brug. Hij kan niet de eerste stappen ondernemen. Het gebruik maken van ondersteunende communicatie speelt hierbij een essentiële rol: Nederlands ondersteund met gebaren, 4 handengebaren, pictogrammen, communicatiesoftware, voelsymbolen, foto’s en films. De ondersteunde communicatie is per bewoner afgestemd.
De dag erna kijkt begeleiding samen met bewoners terug naar de indrukken en gedeelde ervaringen die de dag ervoor zijn opgedaan. Verzamelde materialen (verwijzers), foto’s, films, audio opnames die in de situatie zijn gemaakt worden erbij gepakt. Alles wat de gedeelde beleving oproept kan worden ingezet. Vandaaruit maken de begeleiders en bewoners een zintuiglijk netwerk rondom de dennenboom.

De facetten van een gehele dennenboom op een zintuigelijke manier ervaren: ruiken, voelen, horen, zien.

Begeleidingsplan voelen van een boom en al z’n facetten

Activiteit

Samen:
dennenboom voelen (met en zonder schors), verschil voelen tussen een echte en nep dennenboom, bladeren voelen, dingen afkomstig van boom voelen; zoals takjes en dennenappels, boom knuffelen. Aan boom rammelen - waterdruppels vallen naar beneden. 

Doel van activiteit

Samen:
Tactiel stimuleren en beleven
Werken vanuit beleving
Begrip ‘dennenboom’ verruimen en duiden
Voorspelbaarheid
Veiligheid
Duidelijkheid
Eigen regie
Communiceren
Nieuwe ervaringen
Genieten
Vertrouwen
Eigen tempo
Eigen regie
Verruiming van de woordenschat in de taal van de bewoner

Omschrijving

Samen:
Boom aanraken en voelen; Hoe voelt een boom met schors aan en hoe voelt een boom zonder schors aan?.

Dennenappels, takjes, dennennaalden voelen.

Verschil voelen tussen een echte dennenboom en een nep-dennenboom. Hoe voelt dit?

Boom knuffelen; Bewoners die dit willen kunnen een boom helemaal omhelzen. Begeleiding kan als ondersteuning klankschalen meenemen en deze bespelen. Bewoners ervaren de boom geheel lichamelijk. Zorgt deze boom voor rust?

Bladeren voelen: welke lichamelijke sensatie geeft een blad en welk lichamelijk gevoel geeft een hoopje bladeren? Begeleiding voelt samen met bewoners een blad. De vorm van het blad wordt afgetast. Hierna laat begeleiding een hoopje bladeren over de handen van bewoners vallen. Dit kan ook over het gehele lichaam. Ook met je voeten door een bosje bladeren bewegen voelt heel apart.
Aan boom rammelen-waterdruppels vallen naar beneden

Voorwaarde begeleiding

Begeleiding neemt samen met bewoners de tijd om bovengenoemde goed te voelen en te ervaren.
Het is de activiteit van de bewoner en niet van de begeleider.
Begeleiding is met z’n aandacht in het hier en nu.
Begeleiding neemt de activiteit serieus en is niet lacherig.
Begeleiding doet eerst zelf voor hoe hij/zij voelt en aftast en stimuleert bewoner om dit na te doen. Aan bewoner die dit vies vinden geeft begeleiding het vertrouwen dat dit niet vies is.
Sociaal en samen genieten van de activiteit.
Bewoners veiligheid, structuur en duidelijkheid kunnen bieden.
Communicatie houding: Bewoner de tijd geven om informatie te
verwerken, een open houding om samen tot interactie te komen.
zoek in het moment wat mogelijk is.
Respect voor het communicatiesysteem en hier zorgvuldig mee om
gaan.
Rustig tempo spreken, spreek kort en duidelijk.
Eenvoudig gebaren.

Actie begeleider

De begeleiding maakt foto's in de situatie en gebruikt deze als verwijzer binnen het proces.
Begeleiding geeft duidelijk een begin en eind van de activiteit aan en bewaakt dat de bewoner gedurende de activiteit erbij blijft (niet weglopen).
Begeleiding speelt erop in wanneer een bewoner iets kenbaar maakt of aangeeft.
Begeleiding filmt de activiteit / de individuele bewoner voor feedback en documentatie (o.a. vastleggen hoe de bewoner de activiteit vindt). Begeleiding maakt het begeleidingsplan kenbaar aan collega’s en bewaakt dat het plan op de juiste manier wordt uitgevoerd.
Begeleiding zorgt voor duidelijke mappenstructuur, voor bijhorende documenten.
Begeleiding zorgt voor een duidelijke rapportage binnen het logboek.
Begeleiding zorgt voor een concrete verslaglegging waarin de bevindingen ten opzichte van ‘alle facetten van de dennenboom’ worden weergegeven
Begeleiding houdt een woordenlijst bij.
Begeleiding ervaart de activiteit samen met de bewoners vanuit beleving.
Begeleiding onderhoudt contact met andere disciplines om input en feedback te ontvangen ter bevordering van de bewoner.

Actie bewoner

De bewoner is bereid om mee te doen.
De bewoner weet wat van hem verwacht wordt door het uitvoeren van kleine opdrachten.
De bewoner kan eigen keuzes maken binnen het lopend proces.
De bewoner probeert via zijn/haar communicatiemiddel weer te geven wat hij/zij voelt en ervaart.

Communicatie

Emotiepictogrammen, Nederlands ondersteund met gebaren, 4-handengebaren, proloque2go, symwriter

Benodigdheden

Deken, klankschalen, nep-kerstboom, boomschors, dennenboom, dennennaalden. 

Bij elk onderdeel is het belangrijk om materialen te verzamelen en mee te nemen. Deze zijn nodig voor het visueel netwerk van de dennenboom . Zie blz. 11.

Ook kunnen extra materialen gezocht worden om kerstversieringen van te maken. Bijvoorbeeld takken voor poten van de schaapjes of takjes om een kribbetje te maken. 

 

Zintuiglijk netwerk rondom een dennenboom

Bovenstaande foto is een voorbeeld gemaakt door begeleider. In dit zintuiglijk netwerk staat de dennenboom centraal. En vervolgens gaan we steeds verder naar buiten werken. Een relatie naar kerstboom, kribbe, Josef de timmerman kan visueel gemaakt worden. Het netwerk breid zich langzaam uit. Iedere bewoner pakt een groot stuk vel en tekent hier zijn eigen interpretatie van een boom op. Rondom de boom kunnen materialen en foto’s geplakt worden. Woorden die voorbijkomen kunnen direct worden bijgeschreven. In dit netwerk kunnen aansluitend aangevuld worden:

  • Zelf kerstversiering maken, zoals: chocolade rondjes engeltjes, schaapjes.
  • Welke dieren leven in en van een dennenboom?
  • Wat kan er gemaakt worden van dennenhars? Relatie leggen tussen hars van het sieraad (dat gemaakt is tijdens de wereldoriëntatie in Kamperland) en hars van een boom
  • Zelf dennenolie maken (verzorgingsproduct)